PKN
Protestantse Gemeente Koudum
 
Column 'Handschrift' Column 'Handschrift'


PROFETEN

‘Dat wordt niks meer, ik heb het al gezien.’ Een vader probeerde zijn teleurstelling weg te praten over het project van zijn zoon. Die nieuwe zaak kon niet uit. Door te doen alsof hij het al steeds gezegd had probeerde pa zichzelf erbuiten te krijgen. Buiten de narigheid waar ze allemaal doorheen moesten. Alsof zijn eindeloos adviseren en hoopvol meewerken daarmee vergeten kon worden. Door zich de rol aan te meten van de deskundige, die de toekomst kan doorgronden. Een modern profeet die als beste stuurman vanaf de wal aanwijzingen geeft. 
Onze televisieschermen en dagbladen worden overspoeld met dit soort zieners. Die ons vertellen welke kant het op gaat sinds corona. Zij hebben het al gezien inzake de cultuur, de economie, de natuur, de kerk. Nu wij nog, te midden van al ons geploeter. Met een profetenmantel uit de confectie losjes omgeslagen krijgen we toegelicht wat onvermijdelijk is. In hun verhaal, tenminste. Ze laten de cijfers of grafiekjes over het scherm vliegen, als een trapezenummer zonder vangnet. Zie je wel?
We zien een belangenstrijd, verpakt in vermeende deskundigheid. Met een glimlach denk ik aan de vele profeten die in de Bijbel genoemd worden. Soms in grote groepen bij elkaar, als samenscholingen met de klemtoon op scholing. Er valt te leren, te onderscheiden waar het op aan komt. Er is verschil tussen een broodprofeet, ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’, -wij zouden zeggen een mediaprofeet- en iemand die het uitzicht opent als een venster. Je bent geen profeet om wat je zegt, maar om wie je zegt. Waar je inspiratie uit voortkomt. Echte profeten zijn geen waarzeggers, eerder maarzeggers. Als de discussie zich versmalt tot wie er overheidssteun verdient, vraagt een profeet: Maar welke samenlevingsvorm houden we dan overeind? Als steeds vergeleken wordt met de omzetcijfers van vorig jaar vraagt een profeet: Maar wie zegt dat die het ijkpunt zijn en niet bijvoorbeeld de cijfers rond de zuigelingensterfte wereldwijd? Als bij gesprekken over de kerk vooral het vlotte effect telt, vraagt een profeet: Maar …
Een profeet staat niet op veilige afstand, maar is deel van de gemeenschap. Uw bezieling, jouw profetische gaven zijn in tel. Het is bijna Pinksteren, tijd voor de bezieling die jij deelt. Met het oog op de wereld, waarin het lente is.

17 mei 2020, Michiel de Zeeuw

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

RECHT DOEN

Vandaag is het 4 mei, die dag met dringende gedachten. Wat doen we met de inzet van al die mensen die het leven verloren omwille van vrijheid en recht? Die ene dag vraagt hoe we de andere dagen van het jaar daarmee verder leven.
Onze vlaggenstok is van de ouderwetse soort. Ik moet het touwtje lospeuteren, om de vlag halfstok te kunnen hangen. Dit peuteren is een lastig, maar noodzakelijk geduldklusje. Zo peuter ik tegelijk aan een woord dat op 4 mei nogal eens klinkt in toespraken: offer, als deel van opofferen. Iets wezenlijks geven voor de goede zaak, afzien van wat het jou persoonlijk had kunnen brengen. Kunnen we ons daar nog iets bij voorstellen? Gewend als we zijn geraakt aan het denken in geld, het omrekenen van waarde naar getallen. Wie zich extra inzet moet vergoed worden. Een bonus voor de mensen in de coronazorg, bijvoorbeeld. Wanneer het grootste offer ter sprake komt wordt de aandacht ongemerkt verplaatst naar compensatieregelingen.
Vul de zin aan: Wat de moeite waard is, … is ook geld waard. Of: is ook moeite waard. Moeite, wat was dat ook al weer? Een triviaal voorbeeld: Nog steeds volgen miljoenen Nederlanders wekelijks op tv hoe boeren naar een partner zoeken. Gezellige ontspanning rondom romantiek voor de een, een inkijkje in hoe er gedacht wordt over relaties voor de ander. Opvallend is dat de gedachte terrein gewonnen heeft dat een relatie bij wijze van chemie moet ontstaan. Elkaar actief leren kennen, moeite doen om in gesprekken die ander en jezelf op het spoor te komen, lijkt een achterhaald concept te zijn geworden. Korte conclusies als ‘ik voel het niet’ of ‘ik zie het niet zitten’ zijn voldoende om de deur naar een ander voorgoed dicht te doen.  
De coronastilte van deze vierde mei peutert aan onze offerbereidheid. Willen wij moeite doen voor onze vrijheid, voor de ruimte van ons samenleven, als wij daar zelf niet direct iets aan hebben? Of zelf niet direct zin in hebben. Heel terecht was er waardering voor goede initiatieven om naar elkaar om te zien in dagen van besmetting. Maar zijn die bestand tegen het niet doorgaan van vakanties, het doormaken van economische recessie, het financiële steun verlenen aan andere volken en groepen? We zullen elkaar in Nederland opnieuw moeten leren kennen. Werk maken van je innerlijk en van je verbinding. Dat gaat moeite kosten en meer. Maar alleen zo kom je van vier naar vijf mei. Je kunt de knoop niet snel even uit het touw knippen, maar wat een opluchting als je de draad hervindt en de vlag voor morgen weer uit mag.

4 mei 2020, Michiel de Zeeuw


------------------------------------------------------------------------------------------------------------

EENS

Ineens leven we schuldig. Of schuldiger. De krant spreekt van 92 miljard euro die we tekort zullen komen. Welkom in de lening op later, die nodig is om het land overeind te houden. Bij de nullen achter 92 zie ik niets, maar bij het overeind houden vult mijn hoofd zich met plaatjes. Eindeloze steigers die het zicht op ons land wegnemen. Het wordt een verrassing wat er achter vandaan zal komen. Zoals volwassenen aan kinderen vragen ‘weet je al wat je wil worden?’, zo informeert de lening naar onze voltooiing.
In deze miljardenweek ontving ik het bericht dat Wim gestorven is. Het stemt me verdrietig en vrolijk. Wat een gemis dat hij voortaan ontbreekt. Daarna volgen de indrukken van zijn aanwezigheid: In gedachten zie ik hem weer zitten in de maandelijkse kring. Iedereen mag iets vertellen en elke deelnemer maakt daar kleurrijk gebruik van. Om te melden dat hij de hele middag naar de radio geluisterd heeft, dat ze -zucht, zucht- weer druk werken moest in de lunchroom, dat hij nog steeds verliefd is op die ene, dat hij ooit een eigen hond zal krijgen en er dan best goed voor zal zorgen, dat de moeder van zijn buurman ziek is en of we daar dan straks effe voor kunnen bidden. Tot het de beurt is aan Wim. Wim is niet van het gesproken woord. Hij is een kei in gebaren. Op onrustige momenten weet hij met één vinger onder dromerige ogen en in de buurt van zijn mond de schare tot stilte te bezweren. Hij kan als een bankier in ruste onderuit zitten en zo doodgemoedereerd het einde der dingen verwachten dat alle aanwezigen er rustig van worden. Spreekt iemand het codewoord Sinterklaas dan komt zijn flinke lijf in golven tot leven en bevindt hij zich met mijter en al op een stoomboot.
Toch was ik bij het rondje op de gespreksgroep vaak benieuwd naar wat er in hem omging. Stel dat hij wel zou kunnen zeggen hoe zijn dag geweest is. Wim was helemaal present en tegelijk deel van de toekomst. Hij deed mij denken aan een belofte. Eens komt mijn verhaal helemaal naar buiten. Dat was hij ons schuldig. En wij zijn hem schuldig dat we die belofte hoog houden. Dag lieve Wim.  


25 april 2020, Michiel de Zeeuw
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

SAMENZANG

‘Wat hoor je daar nou in?’ Hij had de stapel CD’s waarmee ik bij de kassa stond blijkbaar kritisch bekeken. En me een andere muzieksmaak toegedacht. ‘Het gaat erom wat mijn moeder erin hoort’, antwoordde ik. ‘Vindt ze dit mooi dan?’ en hij pakte de cd met toppers uit het liedboek van me over. ‘Als ik alleen de naam van zo’n koor lees, dan hoef ik al niet meer’. ‘Dan hoor jij er ieder geval veel in, begrijp ik’. Er volgde een verhaal vol ergernis over de geloofsgemeenschap waarin hij was opgegroeid. Maar na de eerste mopperingen bleek het ook vol van heimwee. Hoe hij, bijna ondanks zichzelf, graag deel zou zijn geweest van dat gemeenschappelijk gevoel. ‘Soms grijpt zo’n stom lied me toch nog bij de strot als het onverwacht voorbij komt op tv.’ Een eeuwigheid van drie seconden was hij veelzeggend stil. ‘Nou ik hoop dat je moeder ze mooi vindt.’ En weg was hij. Zo dacht ‘ie.
                Het kwam er niet van om te vertellen dat ik ze in opdracht kwam kopen. Zij verbleef nu al wat langer in het verpleeghuis en kon inmiddels niet meer lopen. De eerste tijd had de onrust van de ziekte haar het gangenvierkant op de afdeling eindeloos doen bewandelen. In het begin namen we haar mee naar een rustig hoekje om met en bij haar te zitten. Later liepen we wel een stukje met haar mee. Als reisgenoten die vooral ergens van weglopen. Niet langer naar iets toe. Tot ze in bed moest blijven en haar geliefde elke dag naast haar kwam zitten. Hij gaf ook de opdracht. ‘Het zijn zulke lange stille dagen voor je moeder en dan zet ik graag muziek aan.’ Hij had haar lievelingsmuziek al meegebracht, oren vol Bach en Händel. En -och ironie- het ‘Stabat Mater’ van Pergolesi. ‘Wil jij eens zoeken naar cd’s met liederen vanuit de kerk? Dat zingen zal haar misschien ook bereiken, dat zit zo diep van binnen.’ Hij had gelijk, je merkte aan kleine dingen dat het haar raakte.
                Opnieuw heb ik stapeltje CD’s in handen, op een staat nog haar naam in het handschrift van mijn vader. De CD’s zijn nu meer dan nuttig bij de opnames van de Thuiskerkdiensten. Wat ik erin hoor? Hoe degenen die haar ‘s morgens wasten na afloop altijd een van deze CD’s aanzetten. Over liefdevolle zorg gesproken. Ik hoor in de samenzang ook haar stem. Soms in protest en met een zucht over ziekte, maar vaker vol liefde en bezieling. Zingend van die Ene die haar verstaan heeft. Straks komt die CD gewoon aan bod voor een uit te zenden dienst. Hij hoort nog steeds wat er meeklinkt.


17 april 2020, Michiel de Zeeuw

-------------------------------------------------------------------------------------------------------

NIEUWE TEKSTEN

‘Dan mag u zich daar ontsmetten’. Ze zei het met een vermoeide glimlach, want ongeveer elke twintig seconden. We deden allemaal alsof haar uitnodiging heel gewoon was. Niemand leek zich een viespeuk te voelen. Op weg naar de aangewezen hoek bij de ingang van de winkel stelde ik me voor hoe haar tekst ons een paar maanden terug in de oren had geklonken. Aan ‘mag’ als een verkleed moeten waren we ook toen al wel gewend, maar hadden we geweten wat we moesten doen? Ziekenhuiservaring leert dat je hierbij niet concreet genoeg kunt zijn. Ooit merkte een invaller op de röntgenafdeling al snel dat de aanduiding ‘dan mag u zich daar uitkleden’ tot hilarische momenten kon leiden.
We hebben tijd nodig om te wennen aan nieuwe teksten. Jaren terug werden we verrast door borden langs de weg met de tekst ‘Slagbomen dalen automatisch’. Ik herinner me nog hoe onheilspellend die woorden binnen kwamen. Niet alleen moesten we begrijpen dat het slecht was afgelopen met begripvolle brugwachters, ook was er inmiddels een automaat in het spel. Op elk moment zou er iets op ons kunnen neerdalen en wij werden verwacht daar rekening mee te houden. Voor de tekstgevoelige medemens ontstond een groter probleem. Er werden immers geen mededelingen gedaan over het weer opgaan der slagbomen. Dat zou dus niet automatisch gebeuren. De kans bestond dat men na het dalen met de gebakken peren zouden blijven zitten.
Inmiddels rijden we rustig verder, vanuit de gewenning dat de soep van dit bord zo heet niet gegeten zal worden. Je mag verwachten dat de anderhalve-meter-eis binnenkort vergelijkbaar krimpt tot ‘niet tegen elkaar aanbotsen!’.
Hebben we ook tijd nodig om te wennen aan oude teksten? We leven vandaag in De Stille Week en delen in verschillende uitgezonden diensten aloude woorden over trouw. Niet alles is zomaar op te pikken en ook nu liggen misverstanden op de loer. ‘Zulke diensten zijn kansloos’ zo hoorde ik het mediawijs samenvatten. Voorzien van het advies om een voorbeeld te nemen aan de licht verteerbare wijsheden van BN-ers. Dán bereik je de mensen. De stilte van deze Goede week liet me de vraag overdenken waarmee we een ander echt bereiken. Waarmee wij ten diepste bereikt worden. Dat voelde, aan de hand van oude woorden, als een actuele en concrete kans.
Bij het toeleven naar een nieuwe levensstijl voor na het virus kunnen we nog wel wat oude en nieuwe teksten gebruiken. Misschien helpt het als we er die NOS-gebarentolk naast  zetten. Door haar graaigebaren en de ‘doe eens normaal’-blik snappen mensen dat het menens is. Dan word je niet zo afgeleid. Zag je trouwens wat een leuke kleren ze aan had?

10 april 2020, Michiel de Zeeuw

---------------------------------------------------------------------------------------------------


TIKKEN

Het was een geschenk, een verrassing bovendien. Bij sommige verjaardagen weet je dat er iets in de lucht hangt. Iemand informeert langs haar neus weg of je dat wel leuk vindt. Of vertelt in geuren en kleuren hoe die of die iets kreeg dat echt mooi is. Waarna jouw gezicht als was het de krant gelezen wordt. Zo groeit het cadeauvermoeden als klimop. Een deel van het cadeau was dit keer dat het haar ook verrast had. Deze fraaie klok van bakeliet met cijfers die toen nog niet retro waren, leek speciaal voor haar en mij in de etalage te staan. De tafelklok verwachtte elke dag een nieuw begin. In meer dan een handomdraai gaf je genoeg om haar de hele dag haar gang te laten gaan. Zij het dat na het opwinden de klok eerst heen en weer geschud moest worden. Als een Paasmoment voor er nieuw leven in kwam. Het tikken dat volgde bracht een hartslag de kamer binnen, een kalm voortgaan dat na te volgen is.
Op een dag was de klok verdwenen. Licht vertoornd meldde dochter dat ze dit uurwerk had opgeruimd. Het tikken, dat nu een kast vulde, klonk haar te weinig regelmatig in de oren. Ze werd er gek van, zo luidde haar diagnose. Dat moet je als vader niet willen, want onbedoeld geef je daar op andere momenten al ruim voldoende aanleiding toe. Haar protest hielp me, als een verheldering waarom de klok mij zo sympathiek is.
Onze samenleving mist nu het ritme, dat duidelijkheid bood en toch menselijk kon variëren. Alsof het virus zich bij het hart genesteld heeft. De tikken die door alle beperkingen uitgedeeld worden maken zichtbaar dat het in een deel van het hart al langer niet klopte. Het dagelijkse geduld met elkaar blijkt al net zo kwetsbaar als het vanzelfsprekende van onze welvaart.
Misschien kan onze klok opnieuw in productie worden genomen? Alleen verkrijgbaar als geschenk, zodat je kunt onthouden dat dit je voor een tijdje door iemand is toevertrouwd. Elke dag begint in de stilte. Het opdraaien van de klok brengt je gedachten bij waar je zelf de kracht vandaan haalt. Hoe zorg ik dat er genoeg is om te lopen zonder door te draaien? Voor wie mag ik toon- en tijdaangevend zijn? Het menselijke ritme van het tikken voedt het mededogen. Vandaag ga jij iets sneller, die ander loopt iets rustiger. Morgen kan het andersom zijn.
Als ik wat langer naar het tikken luister hoor ik vanzelf een melodie. Even later wandelen er woorden mee. Daar loop ik dan een dag lang opgewonden achteraan. Net als onze klok voorzien van een milde afwijking.   

3 april 2020, Michiel de Zeeuw
  
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


ONTHOUDEN

De witte vlakken schoven voorbij. Nee, ik werd aan de witte vlakken voorbij geschoven. Nooit geweten dat plafonds er zo ongenaakbaar uit kunnen zien. Zo zonder aanknopingspunt, zonder kans om te weten hoe ver nog. Er wordt met mij gedaan. Er blijkt een route, ik hoor het groeten van wie mij achterna komt. Mensen groeten terug alsof er niets aan de hand is. Op weg naar de operatiekamer moest je blijven liggen, ook het uitzicht leek voorgeschreven. Dit nieuwe gevoel  onthouden, besloot ik. Oog houden voor deze verborgen kant van plafonds. Voor leven dat je overkomt.
Pas bij de volgende operatie kwam de herinnering boven. Net als het voornemen om niet te vergeten. Nu dacht ik erbij om zo ook naar ouderen te kijken. Als naar mensen die dit kennen. Het leek me, als jongen, logisch dat zij vaker geopereerd moesten. Ik lag hier te vroeg vanwege een stom ongeluk. Je hoorde hier pas te komen wanneer je langbewoonde lijf ging haperen.
De herinnering komt nu weer boven. Misschien losgewoeld door de witte informatievlakken die voorbijschuiven. Wit van berichten over ziekenhuizen en intensive care. Je kunt er zelf geen handvat in ontdekken. Voortgeduwd door andermans adviezen en beperkingen zijn we onderweg. Er wordt met ons gedaan. We zien kanten van het leven als nieuw. Hoe vaak zijn we eronderdoor gelopen zonder iets te merken? Zonder te voelen hoe het óók is.
Laten we onthouden hoe leven in dit grensgebied van huiskamers voelt. Hoe vreemd je medemensen er op 1,5 meter afstand uitzien. Of beter nog, aanvoelen hoe heerlijk het is om naar buiten te kunnen. Gewoon gaan waar je wilt. De vrijheid om even iets naar een ouder iemand te brengen. Het leven zonder handschoentjes aan te pakken. Er moet toch een huppel in ons lopen komen, wanneer we dan vrijuit kunnen gaan. Een grinniken in ons gaan leven als we weer samen zijn op een verjaardag, deel zijn van een kerkdienst, bijeen in de bioscoop.
Alles van waarde is weerloos, schreef Lucebert. In witte letters op donkere beperkingen schrijven we er achteraan: Als wij vergeten wat van waarde is.

28 maart 2020, Michiel de Zeeuw
terug
 
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.