Jeugd


VOOR KINDEREN

Nu de zomervakantie begonnen is heb je vast wel een keertje tijd om deze mannen te helpen. Ze willen graag op reis, maar ze moeten eerst hun kameel te pakken zien te krijgen. Hoe komen ze aan de andere kant van dit doolhof?



VOOR JONGEREN

Verdienen
Na een vreemd schooljaar mag je nu van de vakantie genieten. Misschien ga je wel ergens aan de slag om een beetje bij te verdienen. En ja, wat verdien je dan? Klassiek is de grap: iemand kwam voor het eerst bij de ouders van zijn vriendin op bezoek. De moeder vroeg: “wat doe je voor werk en wat verdien je?, waarop de jongen antwoordde:  “Ik verdien in ieder geval meer dan dat ik krijg”.
Wat wij verdienen is nog niet zo gemakkelijk te bepalen. Mensen willen graag meer loon als ze vinden dat hun werk belangrijk is. Ik verdien het om meer te ontvangen, zeggen ze dan.
 Hoe meer het betaalt des te belangrijker ben je. Denken we. Misschien vertelde Jezus daarom wel het volgende verhaal:

“Het rijk van God kun je vergelijken ... met de eigenaar van een wijngaard. ’s Morgens rond zes uur ging hij naar het marktplein om arbeiders te huren voor zijn wijngaard. Hij vroeg: ‘Komen jullie vandaag bij mij werken? Ik zal jullie daarvoor één denarie betalen.’ Rond negen uur kwam hij opnieuw op het marktplein. Daar zag hij dat er nog andere mensen zonder werk stonden. Hij zei: ‘Ga ook naar mijn wijngaard. Ik zal jullie een juist bedrag betalen.’ De arbeiders gingen naar de wijngaard. Rond de middag en rond drie uur in de namiddag ging de eigenaar weer naar het marktplein. Telkens weer vroeg hij aan de arbeiders die daar stonden: ‘Komen jullie vandaag bij mij werken?’ Toen hij rond het vijf uur ‘avonds op het marktplein kwam, zag hij nog mensen staan. Hij vroeg: ‘Waarom staan jullie hier nog zonder werk?’ Ze antwoordden: ‘Omdat niemand ons gehuurd heeft.’ Toen zei hij: ‘Ga ook maar naar mijn wijngaard.’ Toen het zes uur ‘s avonds was geworden, zei de eigenaar van de wijngaard tegen zijn rentmeester: ‘Roep de arbeiders en betaal hun loon, de laatsten het eerst.’ De arbeiders die maar één uur werkten, kregen elk een denarie. De eersten dachten toen: ‘Wij krijgen zeker meer!’ Maar ook zij kregen elk een denarie. Ze namen die wel aan, maar gingen naar de landeigenaar en mopperden: “Die daar hebben één uur gewerkt, en u betaalt hen evenveel als wij die de hele dag in de brandende hitte gewerkt hebben.” Maar de eigenaar zei tot een van hen: “Vriend, ik doe toch niets verkeerd. We waren toch akkoord voor een denarie? Neem het geld maar, en ga. Ik wil die laatste evenveel geven als aan jou. Of mag ik soms met mijn geld niet doen wat ik wil? Of ben jij jaloers omdat ik goed ben?” Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’

                                   

Als je in je vakantie zin hebt in een mooi boek heb ik nog een tip voor je: ‘Confettiregen’ van Splinter Chabot. Gaan we dat na de zomer eens bespreken.

ds. Joke van Voorst
 
terug